Nederlandse ambassade in Amman, Jordanië

Algemene informatie

Bent u van plan om zaken te doen of overweegt u een vakantie in Jordanië? Wilt u meer weten over het fascinerende land? Op deze pagina vindt u algemene informatie over Jordanië.

Klimaat

Jordanië kent een Mediterraan en woestijnklimaat. Kenmerkend zijn de hete droge zomers en relatief koude winters. 91% van het landoppervlak is woestijn, slechts 6% is geschikt voor landbouw.

Ligging en omgeving

Oppervlakte: 89,342 km2 (2,4 keer Nederland)

Hoofdstad: Amman

Inwonertal: ongeveer 6,4 miljoen

Jordanië ligt in het hart van het Midden-Oosten en de Arabische wereld. Jordanië wordt omgeven door Syrië (in het noorden), Irak (in het oosten), Saoedi-Arabië (in het zuiden) en Israël en de Palestijnse gebieden (in het westen). Het land kent met de Jordaan-vallei, het Jordaanse bergland en het woestijnplateau drie duidelijk van elkaar te onderscheiden landschappen. Naast hoge bergen (in het zuiden) kent Jordanië met de Jordaan-vallei het laagst gelegen dal op aarde (ongeveer 400 meter onder zeeniveau).

Amman is een stad gebouwd op heuvels en ligt op minder dan een uur rijden van de Jordaan-vallei in het noordwesten van het land. Zoals in het hele land, regent het niet vaak in Amman. De grootste kans op neerslag is van november tot april. In die periode daalt de temperatuur vaak tot ruim onder de 15C en bestaat er een kleine kans op sneeuw, met name in de hoger gelegen delen van de stad. In het voorjaar loopt de temperatuur snel op en in de zomer is het heet in de stad. In de nazomer en herfst is de temperatuur tot laat in het jaar nog aangenaam in Amman. Eind november/begin december valt de winter in met een plotselinge daling van de temperatuur en perioden met regen. Temperaturen onder het vriespunt komen echter zelden voor.

Geschiedenis

Het huidige Jordanië maakte tot de Eerste Wereldoorlog deel uit van het Ottomaanse Rijk. De met Britse hulp georganiseerde Arabische opstand tegen de Turken en de daaropvolgende verovering van Aqaba en Amman leidden in 1921 tot gedeelde heerschappij over Transjordanië (de oostelijke Jordaanoever) door het Britse Mandaat en het uit Arabië afkomstige Hashemitische koningshuis. In 1946 verkreeg Transjordanië de onafhankelijkheid en werd de Hashemiet Abdullah tot koning uitgeroepen. Tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 veroverde Transjordanië de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. In hetzelfde jaar werd de naam Transjordanië omgezet in Jordanië. In 1951 werd Koning Abdullah vermoord en opgevolgd door zijn zoon Talal die in 1952 troonsafstand deed ten gunste van zijn zoon, Hoessein. In 1967 werden tijdens de zesdaagse oorlog de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem bezet door Israël, waarna, net als in 1948, opnieuw veel Palestijnen zijn gevlucht naar Jordanië, met als gevolg dat een meerderheid van de huidige Jordaanse bevolking van Palestijnse oorsprong is. Na Palestijnse guerrilla-activiteiten vanuit Jordanië tegen Israël brak in 1970 een burgeroorlog uit waarbij de Palestijnse Fatah-beweging (onder leiding van Yasser Arafat) uit Jordanië werd verdreven. Op 31 juli 1988 deed Jordanië afstand van haar rechten op de West Bank. Mede als gevolg daarvan was Jordanië in staat in 1994 een vredesverdrag met Israël te sluiten. In februari 1999 overleed Koning Hoessein en volgde zijn zoon, Koning Abdullah II, hem op.

In navolging van zijn vader treedt Koning Abdullah, waar mogelijk, faciliterend op in het Midden-OostenVredes Proces. In 2002 speelde Jordanië een belangrijke rol in de totstandkoming van het Arabische vredesplan, dat voortkwam uit een initiatief van de Saoedische kroonprins Abdullah Bin Abdullaziz. De Jordaanse regering en de Jordaanse koning in het bijzonder zullen naar verwachting een proactieve rol blijven spelen in regionale en internationale pogingen het huidige conflict in het Midden-Oosten te bezweren.

In de nasleep van de aanval op Irak in het voorjaar van 2003 heeft Jordanië een moeizaam evenwicht moeten vinden tussen de officiële Arabische afkeuring van de aanval en het verzoek vanuit de Verenigde Staten om logistieke ondersteuning te verlenen. Tijdens de Amerikaans-Britse aanval op Irak heeft Jordanië militaire bases dicht bij de Iraakse grens ter beschikking gesteld en recht van overvlucht gegeven.

Met betrekking tot het lidmaatschap en opstelling in internationale fora kan worden gesteld dat Jordanië lid is van de meeste internationale organisaties. Het land heeft ook de meest belangrijke mensenrechtenverdragen geratificeerd. De opstelling van Jordanië in internationale fora is over het algemeen positief en constructief.
Voor meer informatie over de geschiedenis van Jordanië:

History of the Hashemite Kingdom of Jordan
King Abdullah II Official Website

Bevolking

De grote meerderheid van de Jordaanse bevolking wordt gevormd door Arabieren (>98%). De Arabische bevolkingsgroep bestaat uit Jordaniërs en Palestijnen. Twee andere bevolkingsgroepen, die min of meer hun eigen identiteit hebben behouden, zijn de Circassi ërs (<1%) en de Tsjetsjenen (<1%). Sinds de inval in Irak is een groot aantal Irakezen uitgeweken naar Jordanië. De Irakese gemeenschap in Jordanië wordt geschat op ongeveer 500.000 personen.

Religie

Islam is de staatsgodsdienst en moslims (95%) vormen een meerderheid in Jordanië. Christenen (3-4%) zijn de grootste niet-Islamitische minderheid. Zij zijn voornamelijk Grieks-Orthodox, maar ook Grieks-Katholieken, Rooms-Katholieken, Syrisch-Orthodoxen, Kopten, Lutheranen en Anglicanen komen voor. Daarnaast zijn er kleine gemeenschappen van Druzen, Samaritanen en Bahai’s in Jordanië.

Aardbevingen

Jordanië bevindt zich op de breuklijn van de Arabische en Afrikaanse aardplaten, waardoor het risico bestaat van aardbevingen. De Jordaanvallei is de seismisch meest actieve regio in het Midden-Oosten. De laatste aardbeving die aanzienlijke schade aanrichtte (in de Aqaba-regio) vond plaats in 1995. Sindsdien zijn er af en toe kleine bevingen geweest.

Talen

De officiële taal in Jordanië is Arabisch. Veel Jordaniërs spreken ook goed Engels.

Lokale gebruiken

Jordanië is hoofdzakelijk een islamitisch land. De samenleving is tolerant, ook ten aanzien van de buitenlandse gemeenschappen en bezoekers. De gebedstijden zijn voor iedereen vijf maal daags luid en duidelijk te horen, een aanzienlijk aantal Jordaanse vrouwen heeft het hoofd bedekt en het land functioneert op een beduidend lager tempo gedurende Ramadan (de vastenmaand) en op de diverse Islamitische feestdagen.

De regering heeft bepaald dat het weekeinde voor de overheidsdiensten op vrijdag en zaterdag valt, hetgeen door de ambassade wordt gevolgd.

De Christelijke minderheid in Jordanië kan ongehinderd het geloof belijden. Eerste Kerstdag is in Jordanië een officiële vrije dag.

Vanzelfsprekend dient de vrouwelijke bezoeker aan Jordanië als goede gast rekening te houden met de plaatselijke waarden en normen. Het is bijvoorbeeld niet aan te raden om als vrouw korte shorts en een topje zonder mouwen te dragen bij het bezoeken van een supermarkt of toeristische attractie op het platteland. Jonge vrouwen dragen vaak een lange broek of een rok/jurk tot op/over de knie. In moderne wijken als Abdoun hoeft er over het algemeen minder rekening gehouden te worden met plaatselijke normen en waarden. Het dragen van bermuda's en een wijd T-shirt zal in het algemeen geen aanstoot geven.

Gelijkheid van behandeling

De mensenrechtensituatie in Jordanië wordt redelijk positief beoordeeld, zeker in vergelijking met veel andere landen in de regio. De rechten van de vrouw in Jordanië staan op enkele punten op gespannen voet met internationale mensenrechtennormen. Dit is mede een gevolg van het feit dat de shari’a (Islamitisch recht) een van de vier rechtsbronnen is waar het Jordaanse rechtssysteem op gebaseerd is. Zo staat in het personen- en familierecht de getuigenis van één man gelijk aan die van twee vrouwen.

Eerwraak komt nog regelmatig voor, maar de maatschappelijke weerstand tegen dit verschijnsel groeit. In 2009 zijn zwaardere straffen ingevoerd voor mannen die schuldig zijn bevonden aan het doden van hun vrouwelijke familieleden in dergelijke “eerzaken”. Vrouwen ontvangen ingevolge Jordaanse wetgeving lagere sociale uitkeringen dan mannen en hebben beperktere pensioenrechten. In oktober 2010 werd een nieuwe Personal Status Law door de regering aangenomen die door de meeste vrouwenorganisaties als positief wordt beoordeeld, hoewel enkele hardnekkige problemen blijven bestaan. Het betreft dan bijvoorbeeld het feit dat Jordaanse vrouwen met een buitenlandse echtgenoot de Jordaanse nationaliteit niet aan hun kinderen kunnen doorgeven.

De behandeling van gevangenen is, geplaatst in de regionale context, redelijk te noemen. Er zijn verschillende kritische mensenrechtenrapportages over de detentiefaciliteiten verschenen. Binnen het Jordaanse rechtssysteem is de doodstraf mogelijk. Er bestaat echter sinds 2006 een de facto moratorium op executies. Hoewel er nog steeds mensen tot de doodstraf worden veroordeeld, zijn er in deze jaren geen executies meer uitgevoerd. In 2006 zijn voor zover bekend de laatste (drie) executies uitgevoerd. In het nieuwe ENP Actieplan (okt. 2010) wordt door de Jordaanse autoriteiten het bestaan van het moratorium bestendigd.

Politiek en economie

Jordanië is een constitutionele monarchie, waarbij de koning de minister-president benoemt. Het kabinet wordt benoemd door de minister-president in consultatie met de koning. Er zijn reguliere verkiezingen voor het Lagerhuis.

In Jordanië zijn de laatste jaren uitgebreide economische hervormingen doorgevoerd. Jordanië is lid van de WTO (2000), heeft een vrijhandelsakkoord met de VS (2000) en een associatieovereenkomst met de Europese Unie (2001). In het kader van het Europees nabuurschapsbeleid, dat als doel heeft om de EU-buurlanden te laten meeprofiteren van de Europese voordelen en daarmee de stabiliteit, veiligheid en het welzijn van de EU lidstaten en van de nieuwe buurlanden te bevorderen, is een actieplan opgesteld voor Jordanië.

Naast mineralen heeft Jordanië weinig natuurlijke grondstoffen. Een groot deel van de bevolking is werkzaam in de dienstensector en industrie. De grootste export is in fosfaten, kaliumcarbonaat, meststoffen, chemische en farmaceutische producten. Voor de toekomst hoopt Jordanië de export van uranium te kunnen beginnen.

Staatsinrichting

Jordanië is een constitutionele monarchie met een parlementair tweekamerstelsel. De zestig leden tellende Senaat – de Majlis al-Ayan – wordt door de koning voor 4 jaar benoemd. Het Huis van Afgevaardigden – de Majlis al-Nuwaab – (150 leden) wordt via algemene verkiezingen elke 4 jaar rechtstreeks gekozen. Een aantal parlementszetels is gereserveerd voor christenen (9), Tsjetsjenen en Circassiërs (samen 3) en vrouwen (15). De uitvoerende macht ligt bij de Koning en de regering.

Politieke ontwikkelingen

Koning Hoessein, die Jordanië ruim 46 jaar heeft bestuurd, werd na zijn overlijden op 7 febru­ari 1999 opge­volgd door zijn oudste zoon, Koning Abdul­la­h II. ­Op 21 maart 1999 werd diens echtge­note Rania, van Palestijnse afkomst, formeel Koningin.

In 2009 benoemde Koning Abdullah II zijn oudste zoon, Prins Hussein, tot eerstelijns troonopvolger.

De afgelopen jaren bestond er een spanningsveld tussen de Koning en de regering enerzijds en het parlement anderzijds. De Koning tracht reeds geruime tijd politieke en economische hervormingen door te voeren, maar werd daarin gehinderd door o.a. de traditioneel ingestelde meerderheid in het parlement. In 2012 werd een aantal hervormingen doorgevoerd, waaronder de instelling van een Onafhankelijke Kiescommissie en de oprichting van een Constitutioneel Hof. Verder werden de Kieswet en de wet op politieke partijen gewijzigd, beiden echter zonder ingrijpende wijzigingen in het politieke systeem door te voeren. In 2011 werden grote delen van de Grondwet gewijzigd.

Het huidige kabinet, onder leiding van premier Abdullah Ensour, werd in oktober 2012 ingezworen. Prioriteiten van het kabinet waren de organisatie van eerlijke en transparante parlementsverkiezingen, een herstelplan voor de economie, en sanering van de overheidsfinanciën en het uitzonderlijke hoog opgelopen begrotingstekort.

Op 23 januari 2013 vonden parlementsverkiezingen plaats, die aanleiding hebben gegeven tot een primeur in de Jordaanse politiek: het nieuwe parlement wordt actief betrokken bij de selectie van de nieuwe premier.

Ook voor het nieuwe kabinet zal het herstel van de economie prioritair zijn, evenals de sanering van de overheidsfinanciën en het hoog opgelopen begrotingstekort. Andere prioriteiten zijn verdere bestuurlijke hervormingen, verbetering van de effectiviteit van het overheidsbeleid en verbetering van de sociale situatie. De post zet zich met behulp van het projectenprogramma, in om de (sociale en politieke) hervormingen te ondersteunen.

Economie

Economische hervormingen zijn één van de prioriteiten van Koning Abdullah II.

In 2008 werd nog een ongekend hoge economische groei bereikt, maar sedert 2009 heeft Jordanië met een uitgesteld effect van de financiële crisis te maken. Bovendien is er sprake van een hoog begrotings- en overheidstekort en hoge inflatie. Tekorten worden in de regel gedeeltelijk gedekt door schenkingen uit het buitenland (o.a. de VS, de EU, Saoedi-Arabië en Japan). De werkloosheid bedraagt officieel ongeveer 13%, maar loopt in sommige gebieden (Wadi Araba en Mafraq) zelfs op tot (onofficieel) boven de 50%. Privatiseringen worden gestaag voortgezet. De handelsliberalisatie kreeg een sterke impuls door de Jordaanse toetreding tot de WTO en het sluiten van een vrijhandelsverdrag met de VS (in 1997 werd reeds een associatieakkoord met de EU gesloten). Er moeten echter nog veel bureaucratische hindernissen worden weggenomen. De Qualified Industrial Zones vormen een uitzondering. In deze zones vervaardigde producten kunnen belastingvrij naar de VS worden geëxporteerd. Het betreft met name textielproducten. Ook de Special Economic Zones (o.a. Aqaba) geven een goede impuls aan de economie. In deze zones gelden lagere belastingtarieven voor inkomstenbelasting, grond, vestiging van bedrijven, vennootschapsbelasting, export van producten en winst.

Jordanië importeert bijna het dubbele van wat het exporteert. Nederland heeft een bescheiden handelsbalans met Jordanië. Het staatsbezoek dat in november 2006 plaatsvond heeft bijgedragen aan de versterking van de bilaterale relaties en is o.m. opgevolgd door een handelsmissie. De post zet zich in om de handel met Jordanië te bevorderen.

Jordanië is een energie- en waterarm land. Het importeert 96% van zijn energiebehoefte (voornamelijk uit Egypte, Saoedi Arabië en de Golf), en is het 4e meest waterarme land ter wereld. Om zijn afhankelijkheid van externe energiebronnen te verlagen, zet Jordanië in op de ontwikkeling van nationale energiebronnen met als doel in 2020 39% van de energiebehoefte zelf te kunnen leveren. Ingezet wordt op de ontwikkeling van zonne- en windenergie, olieschalie (Shell) en kernenergie.

Gebrek aan water is een groot probleem voor Jordanië. De snelle bevolkingsgroei is daar o.a.debet aan. Grensoverschrijdende obstakels voor de watervoorziening (zoals de bouw van vele kleine dammen in Syrië) vergroten het probleem. Tal van donoren financieren projecten op het gebied van watermanagement en efficiënt watergebruik.

Gerelateerde documenten